Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar
dat Hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon gezonden heeft als een verzoening voor
onze zonden.
1 Johannes 4:10
De liefde van God heeft mij overrompeld. Het was wel het laatste wat ik
verwachtte en tegelijkertijd het enige wat mijn totale toewijding tot gevolg
had.
Het was 1945. Ik was een jong zakenman voor wie nog de hele wereld openstond.
Ik werkte lange dagen, gedreven door de Amerikaanse droom een eigen zaak op
te bouwen en daarmee fortuin te maken. Eerlijk gezegd ging het mij niet slecht
af. Ik deed goede zaken. Maar vanaf de eerste dag dat ik in Californië
was, overkwam mij iets onverwachts en ongeplands. Het was iets waarvan ik achteraf
alleen maar kan zeggen dat het de soevereine, onzichtbare, liefdevolle hand
van God was.
Ik was net in Los Angeles aangekomen en was met de auto onderweg naar Pasadena.
Ik nam een lifter mee. Vandaag de dag zou ik dat niet aanraden maar een halve
eeuw geleden was zoiets ongevaarlijk. De bewuste lifter was een aardige jonge
kerel die mij zelfs uitnodigde mee te gaan naar het huis van Dawson en Lila
Trotman. Dawson was de oprichter van de Navigators-beweging waar mijn passagier
bij betrokken was. Diezelfde avond nog werd ik ook gevraagd mee te gaan naar
het huis van Charles E. Fuller. Diens zoon Dan was jarig en er werd een verjaardagsfeestje
gegeven (jaren later had ik de eer getuige te zijn bij het huwelijk van Dan
en diens vrouw Ruth).
Kunt u het zich voorstellen? Ik als ongelovige jonge kerel die de avond doorbreng
in de woningen van twee van de grootste christelijke leiders van de twintigste
eeuw. Hoe kun je verklaren dat zoiets gebeurt? Later ontdekte ik dat mijn moeder
ervoor bad dat God over mij zou waken en mijn weg zou leiden. Hij beantwoordde
gewoon haar gebed!